3
Koning Lear (Vorst aan de grond) over zijn nar:
Mijn nar.
Hij was al in dienst voordat ik
werd geboren.
Hij zong aan mijn wieg.
Een beetje schor…
maar dat kon ik toen
nog niet weten.
Hij vertelde mij de verhalen
van de nacht
de regenwormen
het goud.
Hij droeg mij op zijn rug
en wees me waar ik naar toe moest.
Hij leerde me veel talen
bijna zoveel als hij tanden had.
Toen ik alles van het leven
had begrepen
dacht ik
begon hij over politiek.
Daar was hij niet zo zeker van
zei hij.
Hij vertelde me wat macht
was
volgens hem
en onmacht
en het verschil tussen beide.
Zelf heb ik daar nog steeds
moeite mee.
Op een dag was hij vertrokken.
Niet zoals in de sprookjes
met de noorderzon.
Maar van puur verdriet.
Hij heeft het me niet gezegd.
Hij heeft het gezongen.
Met diezelfde schorre stem.
Pas veel later
begreep ik waarom.
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16,17,18,19,...164