De Terugreis

In De Terugreis speelt Fred Delfgaauw een man die, na de dood van zijn vader, terugkeert naar zijn ouderlijke huis om de woning op te ruimen. Hij dwaalt door de vertrekken en maakt zo de terugreis naar zijn jeugd en vooral naar de periode kort voor zijn vaders dood.
Dat gebeurt in een zeer bijzondere theatervorm: als acteur speelt Fred Delfgaauw de zoon en als virtuoos poppenspeler laat hij – in heldere flash-backs – de ooit gevoerde gesprekken horen tussen de zoon en zijn grootmoeder, zijn moeder, zijn grootvader en zijn vader. Deze laatste scène is een aangrijpende, omdat de zoon op zich had genomen zijn vader de ongeneeslijkheid van zijn ziekte mee te delen. De inhoud van de andere scènes loopt uiteen van geestig tot wrang en van ontroerend tot hilarisch. Dat laatste vooral in de bizarre operatiekamer-scène en in de ontmoeting met een niet echt geïnteresseerde begrafenisondernemer, die met eenvoudige middelen op verbluffende wijze tot leven wordt gebracht.

De Terugreis naar het verleden betekent een afscheid van zijn jeugd, maar tegelijkertijd een omweg naar het heden. Uiteindelijk staat hij oog in oog met zichzelf.

Dan verliest Fred Delfgaauw in korte tijd twee mensen die zeer veel voor hem betekenen. Zijn vader overlijdt aan kanker. De doktoren ontraden Fred om zijn vader onwetend te houden dat er geen hoop meer is. ‘Ik moest de waarheid vertellen maar ik vond dat de leugen voor hem beter was. De doktoren kozen voor de waarheid en bepaalden daarmee dat mijn vader drie dagen later teleurgesteld en verdrietig is doodgegaan’.

Delfgaauw besluit een voorstelling te maken waarin hij na de dood van zijn vader terugkeert in het ouderlijk huis. De Terugreis (1992) wordt een indringend portret over verbittering en teleurstelling over verlies en afscheid. Fred Delfgaauw zit zonder schmink tussen zijn poppen op het toneel. De toeschouwer volgt het rouwproces tot en met een absurde dialoog met een doodgraver bij wie Delfgaauw een lijkkist zal bestellen. De begrafenisondernemer probeert hem een dure kist met versierselen aan te smeren. ‘Mijn vader wilde een sobere begrafenis en zelfs die werd hem door de commerciële belangen van meneer de doodgraver nog bemoeilijkt’.

Aan het slot van De Terugreis haalt Delfgaauw een laatste pop tevoorschijn: zijn vader. Er volgt een ontroerend gesprek tussen vader en zoon. ‘Ontroering is de magie van het theater’. Het publiek reageert emotioneel en geraakt. In Cuijk loopt iemand de zaal uit. Delfgaauw krijgt brieven, waaronder één van een vrouw voor wie de voorstelling zo herkenbaar was geweest voor het rouwproces dat zij doormaakte na de zelfmoord van haar zoon.