Recensie De Weekkrant door Jaap Pleij.


ROOSENDAAL – (tekst Jaap Pleij) Het programma in De Kring was zaterdag anders ingevuld dan directeur Ad van Terheijden het geprogrammeerd had. Aanvankelijk stond Lebbis in de grote zaal en Fred Delfgaauw met ‘Minder is Meer’ in de kleine zaal. Lebbis is echter ernstig ziek en het is nog maar de vraag of hij ooit terugkeert in de theaters. Bij Hans Sibbel (Lebbis) is sclerodermie vastgesteld, een reumatische ziekte waarbij het bindweefsel steeds stugger wordt. De komende maanden wordt hij nog behandeld met chemotherapie. Op advies van zijn artsen is besloten de resterende voorstellingen, dus ook die in Roosendaal, tot aan de zomer van 2014 te annuleren. Daardoor konden de bezoekers zaterdag in de kleine zaal iets aanschouwen wat ze waarschijnlijk nog nooit in die ruimte hebben gezien. Een heus boksgala stond daar geprogrammeerd. Fred Delfgaauw was naar de grote zaal verhuisd, waar hij een reprise speelde van zijn in alle toonaarden bejubelde voorstelling ‘Minder is Meer’.

In deze voorstelling komt hij op in gewone kleren. Hij zeult twee grote rode boodschappentassen mee. Verontschuldigt zich voor het onverwachte podium waar hij op verschijnt. ‘Maar in de kleine zaal zijn ze aan het knokken. Tsja, kan gebeuren. De titel van het programma is overigens wel toepasselijk voor de grote zaal. Ook hier is minder meer’, wijst hij op de achterste deels lege rijen!’ Uit de tassen tovert hij vervolgens de maskers en lappen tevoorschijn die horen bij succesvolle personages uit voorbije voorstellingen. Delfgaauw brengt op ontspannen wijze zijn favoriete personages slechts met behulp van de belichting weer even tot leven. Daarmee is deze voorstelling een soort 'oogsten' van wat de speler zo zorgvuldig in de loop der jaren heeft gezaaid. Delfgaauw heeft decennia lang geknokt voor erkenning. Een weg die hij uitsluitend via het theater heeft afgelegd, voor de gemiddelde televisiekijker die nooit een voet over de drempel van het theater zet, is hij een grote onbekende. Deze voorstelling is goeddeels een compilatie van eerdere hoogtepunten. Grappig zijn de verschillende dialogen die hij zijn handen met elkaar laat voeren, zoals die tussen een vermoeid echtpaar dat al een heel leven samen is. Maar het sterkst is Delfgaauw wanneer hij zelf dient als aangever voor een personage dat bezit heeft genomen van zijn handen. De babypop die rebelleert tegen het ouderlijk gezag. De Tineke Schouten-achtige Haagse toiletjuffrouw op het NS-station die niet schroomt de plassende passant de wind van voren te geven als zijn gedrag daar aanleiding toe geeft. Het absolute hoogtepunt van Meer is minder is de kale, chagrijnige in regenjas gehulde alcoholicus, die eigenlijk naar huis moet, maar niet naar huis wil. ‘Ik wou dat ik naar huis wou’, heeft Rijk de Gooijer ooit eens in een soortgelijke rol gezegd. Naar zijn aquarium, dat leeg is omdat hij vissen die doodgaan zo akelig vindt. Delfgaauw sleept de verlepte regenjas en het dronken masker naar dat lege aquarium. Uiterst vermakelijk, maar toch zou het leuk zijn indien Delfgaauw voor zijn volgende productie weer voor een historische benadering kiest. Met ‘Mozart’ maakte hij een uitstapje naar het Oostenrijkse Salzburg. Het kleine fragment dat hij in De Kring uit deze voorstelling speelde, was prikkelend genoeg om een reisje naar Salzburg te overwegen. In Mozarts geboortehuis wordt het doodscertificaat geëxposeerd waarop twee uiterst merkwaardige doktershandtekeningen prijken. Wat mij betreft mag Delfgaauw voor zijn volgende historische verhaal een stuk dichter bij huis blijven. Dat verhaal kan hij wisselend in Den Haag en Apeldoorn situeren, waarbij de prangende vraag ‘Wie was de echte vader van koningin Wilhelmina?’ centraal staat. Het is maar een ideetje, Fred! Misschien is zijn maatje Sjaak Bral, sinds zaterdag 15 maart tevens de schrik van de PVV in zijn woonplaats Den Haag, wel geneigd om die vader gestalte te geven. Voor Fred is dit tevens een goede gelegenheid om een antwoord te ‘geven’ op de nooit beantwoorde vraag ‘Waar is het kistje met geheimen gebleven?’ dat daags na de dood van kroonprins Alexander in 1884 uit diens huis verdween na een bezoek van enkele leden van de geheime dienst van zijn vader, koning Willem III. Volgens de overlevering lag in dat kistje onder meer het dokterscertificaat waaruit zou blijken dat Willem onmogelijk de vader van Wilhelmina kan zijn, omdat hij kampte met een ernstige geslachtsziekte en bovendien volledig impotent was ten tijde van de verwekking. Wilhelmina is zo goed als zeker een dochter van haar moeders persoonlijk secretaris De Ranitz. Beiden kampten namelijk met een stoornis die het hen onmogelijk maakte om de wijs te houden bij het zingen van een liedje. Om die reden zou Het Wilhelmus nooit aan Wilhelmina’s lippen ontstegen zijn. 
Fred Delfgaauw – Minder is Meer. Gezien door Jaap Pleij op zaterdag 15 maart in de grote zaal van De Kring.