Dit interview kan voor publiciteitsdoeleinden rechtenvrij gebruikt worden. 
Naamsvermelding wordt op prijs gesteld. 




Fred Delfgaauw speelt In de wachtkamer van de liefde

HILARISCHE FIGUREN AAN DE HAND VAN POPPENSPELER

 

Door Daan Bartels

 

Poppenspeler Fred Delfgaauw staat al 35 jaar op het podium en zelden echt alleen. Levensgrote én levensechte poppen vergezellen hem. In zijn nieuwe voorstelling In de wachtkamer van de liefde nemen de meest uiteenlopende personages totaal geen blad voor hun mond. Maar hoe klinken dezelfde woorden als ze van Delfgaauw zelf zouden komen?

 

Het publiek ziet een pop, het publiek ziet een behendig poppenspeler en het publiek hoort zíjn stem. Toch gaat iedereen mee in het spel. De magie van theater werkt, wanneer Fred Delfgaauw zijn eerste personage ten tonele brengt en even stil moet houden om de vele oooh’s en aaah’s, die uit de zaal klinken. “Het is poppenmaakster Kathelijne Monnens weer gelukt om uiterst karakteristieke figuren te maken”, begint Fred zijn verhaal. “Vervolgens is het nu aan mij om mijzelf achter hen te verschuilen of om juist de dialoog met ze aan te gaan. En wat nou het meest opmerkelijke is: ik kan de poppen alles laten zeggen en het publiek is maar wat graag bereid om helemaal mee te gaan in hun meest scherpe betogen. Maar wat als ik de poppen aan de kant zet en zelf mijn zegje doe? Aan het begin van de voorstelling levert dat nog pijnlijke momenten op. Meneer De Peuter, een van de personages, laat mij zelfs twijfelen aan mijn eigen geloofwaardigheid, wanneer ik hem heb losgelaten en hij mij erop wijst dat ik zonder hem met lege handen sta. Au!”

 

Plezier en ernst

Behalve meneer De Peuter maken nog vijf andere personages aan de hand van Delfgaauw hun entree. Zo zijn daar mevrouw Roubos, Meneer Van Onderen, twee broers en Johnny, die nog maar net uit de gevangenis is. We leren hen gaandeweg de voorstelling kennen ‘in de wachtkamer van de liefde’. Daar wordt duidelijk dat veel mensen zich eenzaam voelen, juist in een tijd waarin we kunnen beschikken over kwalitatief hoogstaande communicatiemiddelen als Skype en WhatsApp. Delfgaauw: “Elk personage heeft zijn verhaal te vertellen. Ze beginnen allemaal anekdotisch, komisch, hilarisch zelfs, tot groot plezier van het publiek. Maar telkens is er weer een omslagpunt. Dan overheerst opeens de ernst. Aan mevrouw Roubos stel ik bijvoorbeeld de vraag of ze bang is om oud te worden, waarna zij de bal keihard terugkaatst: ‘Vraag je dat aan mij, of vraag je dat aan jezelf?’ Zo kom ik telkens weer in een spanningsveld terecht, waarbij ik mij niet meer kan en wil verschuilen achter een personage, maar mijn eigen verhaal doe. In de laatste scène sta ik letterlijk met lege handen. Zonder pop op het toneel, ontmoet ik dan mijn vader, die alleen als stem aanwezig is. In zijn woorden klinken de vragen en antwoorden van alle eerder aanwezige personages door. Alle thema’s komen nogmaals voorbij en als het goed is ervaart het publiek dan, dat mijn verhaal ook zonder pop geloofwaardig is.”

 

Samenwerking

Fred Delfgaauw maakte zijn eerste voorstelling 35 jaar geleden. Na een kwart eeuw solo, zocht hij de samenwerking op en deelde hij het podium onder andere met cabaretier Sjaak Bral en muzikant Bert van den Brink. Ditmaal staat de poppenspeler er weer alleen voor, al klinkt ook nu de taal van enkele collega’s in zijn werk door. Delfgaauw: “De magie van een voorstelling met poppen wordt extra groot, wanneer ik alleen speel. Hoe minder theatermakers op het toneel, hoe meer de hoofdrol is weggelegd voor de poppen. Maar ik ben mij er zeer van bewust dat alle vormen van samenwerking mij in de afgelopen jaren hebben verrijkt. Collega’s als Freek de Jonge, Jeroen van Merwijk, Hans Dorrestijn en Sjaak Bral, zij hebben ieder een eigen kijk op de maatschappij. Ik heb hen daarom gevraagd enkele dialogen voor deze voorstelling te schrijven, die ik nu samen met de poppen uitspeel. Fysiek sta ik dan wel niet met Freek op het toneel, maar inhoudelijk is hij wel aanwezig. En voor de anderen geldt dat net zo. Je zult de gastschrijvers overigens niet een op een herkennen in de personages. De voorstelling is meer een cocktail geworden, met laagjes die niet meer te ontwaren zijn als afkomstig van de een of de ander. Maar zeker is dat zij allemaal iets hebben toegevoegd. Het is dan wel een solovoorstelling, maar ook dit keer sta ik niet alleen. Zoals Herman van Veen het ooit zei: ‘Delfgaauw is een gezelschap in z’n eentje.’ Die zin is nu dubbel en dwars waar.”

 

De voorstelling In de wachtkamer van de liefde van Fred Delfgaauw is op [datum invullen] te zien in [naam theater invullen] in [plaatsnaam invullen].